‘Ik sliep met mijn vader in de auto’

Annette kon nergens heen met haar verhaal en werd steeds ongelukkiger. Ze verhuisde bijna elk jaar naar een nieuw dorp en naar een nieuwe basisschool. Haar moeder was agressief, ze ontsnapte aan een aanranding en haar vader bleek niet haar vader. ‘Gelukkig ben ik een knokker en heb ik uiteindelijk voor de goede kant van het leven gekozen.’ Annette is nu 54 jaar en leid inmiddels een fijn leven met man en twee volwassen kinderen met aanhang en kleinzoon. Maar dat is niet altijd zo geweest. Haar jeugd was behoorlijk traumatisch.

‘Ik kom uit een gezin van 7 kinderen en ik was het nakomertje. Mijn moeder was 46 jaar toen ik werd geboren. Drie van de andere kinderen waren al getrouwd en hadden al kinderen. Ik was dus al tante voordat ik op de wereld kwam. Mijn ouders hadden geen goed huwelijk, eigenlijk alleen maar ruzie en niet alleen verbaal maar ook fysiek.

Als klein meisje van vier werd ik ‘s nachts uit mijn bed getrokken en sliep ik met mijn vader in de auto. Dat gebeurde niet één keer.

Ik heb twee keer gezien dat mijn moeder in een dwangbuis werd afgevoerd.

Mijn moeder had suikerziekte en moest zich twee maal per dag injecteren met insuline. Het kwam regelmatig voor dat ze dreigde niet te spuiten. Dan gooide ze al haar insuline weg en ik, als klein meisje, was dan heel erg bang dat mijn moeder dood zou gaan.

Toen ik 7 jaar was, verhuisden we naar Makkum. Toen vooral een heel klein Fries dorpje net over de Afsluitdijk. De mensen noemden ons ‘de rijke Amsterdammers’, omdat we elke dag onder de douche gingen en elke dag schoon ondergoed en schone kleren hadden.

Ik voelde me net een attractie; ander accent, andere kleding en huidskleur (donkere ogen, ik kleurde snel). Iedereen was daar blond met blauwe ogen.

Ik hoopte dat door deze verhuizing, verandering, mijn ouders, vooral mijn moeder, weer gezellig en aardig ging doen. Maar helaas, er veranderde niets. Niet dat het altijd kommer en kwel was, maar ik was altijd op mijn hoede bij mijn moeder.

Na een jaar Makkum, verhuisden we alweer naar Drachten. Als klein meisje dacht ik dat we vanwege de buurvrouw moesten verhuizen. Die had ik namelijk met een mes achter mijn moeder aan zien lopen. Vele jaren later begreep ik dat mijn moeder de buurman wel erg aardig vond…

Op mijn achtste jaar ging ik naar mijn derde basisschool.

Weer verdriet omdat ik weer afscheid moest nemen van mijn vriendjes en weer in een andere stad, een ander huis en nieuwe school. Weer nieuwe vriendjes maken. Ik moet je zeggen; dat viel niet altijd mee. Met ook nog een stel ouders die elkaar de tent uitvochten.

In Drachten hebben we ook maar een jaar gewoond. Ik was negen toen verhuisden we naar Leeuwarden.

Inmiddels woonde mijn oudste broer ook in Leeuwarden. Mijn broer runde daar een sekswinkel met prostituees. Ik vond ‘t vooral erg leuk. Ze waren namelijk erg aardig. Vooral Ingrid, een meisje in mijn ogen, maar toen een vrouw van 19 jaar uit Amsterdam.

Mijn ouders waren veel in de winkel, dus ik ook. Ik zat dan in een soort koffiekamertje te lezen. Lezen deed ik veel, lekker in mijn eigen wereldje. Ik vermaakte me hier eigenlijk wel.

Maar ook hier in Leeuwarden was mijn moeder niet gelukkig. Ze was vaak boos zomaar zonder een reden en dat is voor een kind niet fijn.

Ik was altijd de scheidsrechter tussen mijn ouders want ruzie wilde ik natuurlijk niet. Ik probeerde als kind ook altijd heel lief te zijn om zeker niet de aanleiding te zijn van ruzies.

Mijn moeder sloeg mijn vader met wat ze maar voor handen kreeg. Gelukkig sloeg ze mij niet zo vaak. Op mijn elfde verhuisde we naar de andere kant van Leeuwarden. Dus weer een ander huis, omgeving, school en vriendjes. Vijf lagere scholen in zes jaar tijd.

Omdat ik havo/atheneum niet aandurfde, koos ik voor de mavo. Ik had het thuis al zwaar genoeg. Het moest voor mij makkelijk gaan, niet te veel hoeven leren.

Een kind is slim in verbergen van ellende, ik ook. De situatie werd thuis steeds erger maar voor de buitenwereld had ik een leuk leven met leuke ouders.

Het kon ook leuk zijn want als mijn moeder in een goede bui was, kon en mocht alles.

Ik had dan ook twee soorten vrienden; vriendjes uit veilige gezinnen en vriendjes uit onveilige gezinnen. Tineke was een vriendinnetje uit zo’n onveilig gezin, zij zat regelmatig onder de blauwe plekken van slagen met de stofzuigerslang.

De agressie en de onvoorspelbaarheid bij mijn moeder namen steeds verder toe. Er waren zoveel ruzies. Vooral mijn vader moest het vaak ontgelden.

Ik kon nergens heen met mijn verhaal en werd steeds ongelukkiger. Kreeg ook steeds meer foute vriendjes.

Gelukkig heb ik me altijd van de foute dingen weten te distantiëren. Zij gingen vaak uit stelen, vooral kleding. Daar heb ik nooit aan meegedaan. Eén van mijn vriendjes is op zestienjarige leeftijd doodgestoken in een bar. Dat was voor mij het teken om me langzaam van dat groepje los te weken.

School ging slecht, deed nooit wat aan mijn huiswerk, bleef zitten in de eerste klas. Ik moest ook vaak nablijven omdat ik altijd de clown uithing.

Op vijftienjarige leeftijd besloot mijn moeder dat Leeuwarden toch niet leuk meer was. Ze wilde terug naar de andere kant van de Afsluitdijk.

Voor een puber is dat niet leuk, verre van dat. Ik heb er veel verdriet van gehad. We verhuisden naar Weesp. Het was zwaar. Ik had een accent, kwam uit het Noorden. Ik koos voor de huishoudschool omdat ik dan zeker wist dat je zonder huiswerk toch een diploma kreeg.  Toen kon je nog op niveau C examen doen, dat stond gelijk aan mavo 3.

Na een paar vechtpartijtjes was het me toch weer gelukt om bij de populaire meiden te horen. En ik had me voorgenomen: als mijn ouders weer gingen verhuizen, ging ik niet meer mee.

Tot mijn negentiende heb ik veel meegemaakt, veel verbaal geweld en af en toe fysiek. Zelfs twee aanrandingen van vaders van vriendinnetjes.

Daar heb ik nooit iets over verteld. Gelukkig kon ik inmiddels goed voor mezelf zorgen en heb in beide keren ze van me af weten te weren door te gillen en te schoppen. Toen ik mijn vriendinnetje wilde vertellen wat haar vader bij mij had gedaan, geloofde ze me niet. Dat kostte me mijn vriendschap, want dat deed haar vader natuurlijk niet. Dus je houd je mond daarover.

Op volwassen leeftijd bleek mijn vader niet mijn biologische vader. Mijn moeder ging voor geld met andere mannen naar bed.

Toen ik dertig was, ben ik ingestort, met veel lichamelijk en geestelijke klachten. Alles wat ik al die jaren had weggestopt kwam er uit. Door goede hulp van een psychiater en een liefdevolle man en twee heerlijke kinderen ben ik er weer uitgekomen.

Natuurlijk heeft alles wat ik heb meegemaakt een weerslag op mijn leven. Ik ben van nature een knokker, dat is mijn geluk. Ik heb de goede kant van het leven gekozen.

Doordat ik er per ongeluk erachter kwam dat mijn vader niet mijn vader was, ben ik mijn biologische vader gaan zoeken. Die was jammer genoeg overleden. Maar ik heb er wel een hele leuke broer bij gekregen, waarmee ik een goede band heb opgebouwd, ook met zijn gezin.

Soms word ik nog geconfronteerd met mijn jeugd door kleine triggers bijvoorbeeld door de commercial over huiselijk geweld: ‘Het houdt nooit op, niet vanzelf.’

Of als ik de Afsluitdijk zie, dan zie ik zo weer voor me hoe mijn moeder al ruziënd uit een rijdende auto wil springen. Dat gebeurde elke maand wel een keer als we naar Amsterdam gingen.

Maar dat zijn gelukkig maar momenten die af en toe langskomen. Dat zal ook niet meer verdwijnen. Gelukkig kan ik er goed mee omgaan, ik heb alles een plekje gegeven.

Ik heb wel geleerd in het leven dat je uiteindelijk verantwoordelijk bent voor je eigen geluk.

Je hebt altijd de keuze om in je ellendige gevoel te blijven hangen of eruit te stappen en te gaan voor je geluk. Als klein kind is dat natuurlijk altijd lastig maar als volwassene heb je gelukkig wel die keuze.

Ik heb de keuze gemaakt een mooi leven te leven. Dat is gelukt.’

Annette Stuurman