Irene zorgde vanaf haar 10e voor het hele gezin

2018-09-06T11:41:48+00:0010 mei 2018|Mantelzorg, Moeders & Dochters|1 Comment

Als Irene uit school kwam, keek ze eerst om het hoekje of de gordijnen open waren. ‘Dichte gordijnen betekende dat mijn moeder weer op bed lag. Kinderen mee naar huis nemen deed ik nooit, te druk. Altijd zachtjes praten. Al vanaf mijn tiende hield ik rekening met mijn moeder.’

‘Mijn moeder had chronische migraine waarmee ze zeker twee dagen per week op bed lag. De rest van de tijd had ze gewoon erg veel pijn. Eigenlijk was ze  continue ziek. Soms zelfs zo ziek dat ze een paar keer dacht ‘het hoeft voor mij niet meer.’

Als kind hoor je dan flarden van ‘ik stap er tussenuit’. Dat is angstig. Ik liep constant met de angst van ‘oh God, als ze maar niet doodgaat of als het maar niet erger wordt’. Om haar rustig te krijgen, spoten ze haar voor drie maanden plat. Dat was een soort slaapkuur, zware sedatie. Ze kon dan wel een beetje praten maar eigenlijk is ze dan niet meer bereikbaar, zegt ze rare dingen en wil ze uit het raam springen. Voor een kind van 10 jaar is dat heftig.

Mijn moeder slikte ook zoveel medicijnen dat ze eraan verslaafd was; uppers, downers, slaapmedicatie, pijnstillers verzin het maar.

M’n moeder was een medicijnverslaafde. De medicijnkast was voor mij ook altijd erg confronterend, dat was het bewijs voor wat er allemaal aan de hand was. Heel naar. Ze heeft drie keer moeten afkicken.

Als ze ziek was dan kwam ze in de ochtend naar mijn kamer en zei ze: ‘mamma is weer ziek, wil je helpen.’ Mijn vader raakte dan alleen maar in paniek en was nergens meer toe in staat. Mijn broer sloot zich onbewust overal voor af, uit lijfsbehoud, dus daar hoefde ik ook niet op te rekenen.

Op de dagen dat zij ziek was deed ik alles; het hele huishouden, boodschappen, strijken, wassen, eten klaarmaken.

Je bent geen leuk, onbevangen kind dat lekker buiten speelt. Ik was alleen maar aan het zorgen, durfde ook niet weg te gaan. Mijn jeugd heb ik overgeslagen.

Gelukkig had ik een vriendin die me eruit heeft gesleurd. Zij nam me mee naar de kroeg en zei: ‘wij gaan leven’. Dat is wel mijn redding geweest. Ik denk dat ik anders een grijze muis was geweest die nog steeds niet de deur uit durfde.

Ondanks dat mijn moeder mij te veel heeft betrokken bij het zorgen voor het gezin, hield ik wel van haar. Ze was een warm persoon, waar ik zeker liefde van heb gekregen. Ik heb meer moeite met mijn vader. Die had natuurlijk gewoon moeten zeggen: ‘Ireen, het komt goed. Ik ga leren koken en ik ga voor jou zorgen.’

Mijn tante is eigenlijk de enige die ooit tegen mij heeft gezegd: ‘Irene, het komt goed.’ Zij kwam langs als mijn moeder aan het afkicken was. Mijn moeder draaide dan helemaal door, zat in een soort psychose. Dat was vreselijk om te zien. Ik werd daar bang van. Mijn tante stelde mij gerust: ‘Ooh niets aan de hand.’ Dat heb je zo nodig als kind.

Later toen ik al op kamers woonde, vroeg mijn vader mij zelfs naar huis te komen om voor mijn moeder te zorgen.

Als ik dan aangaf dat ik liever in Amsterdam bleef, kwam hij mij gewoon ophalen en zei: ‘Ja, Ireen we gaan natuurlijk wel voor je moeder zorgen.’ Dat was pittig. Er is altijd een enorme claim bij mij neergelegd.

De migraine van mijn moeder is na de overgang minder geworden waardoor de zorg voor mijn moeder minder werd maar spanningshoofdpijn is altijd gebleven. Die werd zo mogelijk nog erger door de zorg die ze erbij kreeg voor mijn vader die inmiddels dementerend was. De zorg voor mijn vader was loodzwaar voor haar. Helaas is ze daar waarschijnlijk ook aan onderdoor gegaan. Twee jaar geleden is mijn moeder overleden.

Mijn vader leeft nog, dementerend. Ik heb nog steeds moeite met mijn vader. Die frustratie zit er nog steeds. Dat hij niet voor mij heeft gezorgd, die houding, die neem ik hem onbewust nog erg kwalijk.

Ondanks alles ben ik altijd wel ambitieus geweest, ik moest ook wel, ik kon niet altijd voor mijn moeder blijven zorgen. Gestimuleerd door mijn ouders, heb ik die ruimte wel gepakt. Mijn vader begreep dat niet, die vond het wel prima dat ik verpleegkundige was. Een keer tijdens een nachtdienst zei een collega: ‘Oh, ik ga even kijken hoe ze er allemaal bij liggen.’ Ik dacht toen: ‘Het interesseert mij geen reet hoe ze erbij liggen.’ Ik was er klaar mee.

Na al die jaren zorgen voor mijn moeder en zeven jaar als verpleegkundige, was het mooi geweest.

Ik ben er uitgestapt en ben een andere weg ingeslagen. Ik werk nu alweer ruim 25 als kwalitatief marktonderzoeker.

Zelfs toen ik een eigen gezin had, bleef ik bezig met mijn moeder. Altijd vragen of ze wel voldoende in huis had, of ik nog eten moest brengen, nog iets voor ze kon doen. Maar het was absoluut minder. Dat kwam ook door anderen, die zeiden dat het niet normaal was wat ik allemaal deed voor mijn ouders. Ik heb mijn eigen weg in gevonden. Maar dan worden ze ouder en dan neemt als bijna vanzelf de zorg weer toe.

Ik ben inmiddels 56 jaar, maar eigenlijk voel ik me nu pas verlost.

De afgelopen jaren waren voor mij en mijn gezin namelijk ook zwaar. Mijn man een hartoperatie, het overlijden van mijn moeder en m’n tante die als soort tweede moeder voor mij was. En een dementerende vader.

Mijn focus lag dus weer compleet op anderen in plaats van op mezelf. Dat is overigens direct ook een overlevingsmechanisme, want zolang je je maar op anderen richt hoef je niet met jezelf bezig te zijn.

Maar nu heb ik een moment bereikt waarin ik geen zin meer heb in anderen. Het is klaar, ik wil nu mijn eigen weg.

Ik heb volgens mij nu ook de weg gevonden die het mogelijk maakt om deze omslag ook echt te gaan maken. Ook al gaat het weer slechter met mensen uit mijn omgeving, ik moet nu deze weg vasthouden, het gaat gewoon niet meer. Ik ben uit gezorgd.’

Heb je een vraag voor Irene, registreer je dan op de site.

Hoe gaat het nu met Irene?

‘Ik wil nog steeds dat iedereen om mij heen gelukkig is, maar ik probeer nu wel de knop om te zetten en beter voor mezelf te zorgen. Het heeft ook alles te maken met het jezelf gunnen en ik gun het mezelf vaak niet. Ik kan naar de sauna gaan, maar kan het ook niet doen, waarom zou ik ook? Maar ik moet natuurlijk gewoon gaan. Die kant moet ik wel op.

Ik hoef ook niet voor iedereen te zorgen. Iedereen is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor zijn eigen geluk. Dat gevoel moet meer beklijven, daar wil ik naar toe.

Overigens is het niet zo dat ik nooit iets voor mezelf doe, dat is het ook niet maar het is meer dat ik minder moet gaan letten op hoe anderen zich voelen. Als iemand anders beroerd is, ben ik ook beroerd. Daar ben ik veel te gevoelig voor. Ik was uiteindelijk de ziekte van mijn moeder, ik was mijn moeder. Ik moet het niet meer binnen laten komen. Dat is het belangrijkste.

Mijn vader gaat die verlossing niet meer brengen, daar ben ik al van verlost. Ik ga naar hem toe alsof ik een broodje haal. Hij zit in een tehuis en daar wordt goed voor hem gezorgd. Als ik niet meer zou gaan, zou het ook goed zijn. Ik ga er vooral heen voor mezelf, want ik wil er geen schuldgevoel aan overhouden. Daar heb ik al genoeg van.’

Jong Geleerd – Documentaire door Jerom Galema, zoon van Irene waarin ze vertelt over haar jeugd. ‘Door het maken van de video, heeft Jerome mij veel beter leren kennen.’

Favourites van auteur:

One Comment

  1. Suzanne Torenvliet
    Suzanne Torenvliet 11 mei 2018 at 15:35 - Reply

    Graag vul ik dit artikel nog aan met het laatste nieuws.

    Irene is namelijk net een reisinitiatief gestart, TravelBrain.

    Je vindt TravelBrain op Facebook maar Irene is op deze site ook een forumonderwerp gestart.

    Je kunt haar via het forum/netwerk een vraag stellen over een reis die je binnenkort gaat maken, maar ook vragen over reizen waar je nog van droomt. Irene zal zich binnen het forum vooral beperken tot tips, maar wil je dat ze een uitgebreide reis met unieke plekjes voor je uitstippelt dan kan dat natuurlijk ook.

    Veel reisplezier!

Leave A Comment

Je kunt de reacties ook volgen zonder zelf te reageren. Abonneer je dan op dit artikel.